VERWACHT!
UITBLINKEN komt eraan.
In mijn nieuwe boek onderzoek ik hoe je jezelf en anderen beter leert begeleiden op de momenten die ertoe doen. Over spanning, aandacht, gedrag en de vraag hoe je blijft handelen in lijn met wie je wilt zijn.
Voor trainers, coaches, ouders, docenten en iedereen die wil groeien, presteren en verschil maken.
Houd je van direct spel? Mail me op:
UITBLINKEN
UITBLINKEN
voorpublicatie
Dit is de huidige introductie van UITBLINKEN, het boek waaraan ik momenteel werk.
Voor nu is deze versie af. Het manuscript gaat hierna nog langs mijn uitgever en redactrice, dus er kunnen nog dingen veranderen.
Toch deel ik hem alvast. Omdat deze introductie waarschijnlijk beter dan welke uitleg dan ook laat zien welk boek ik probeer te schrijven.
Veel leesplezier.
De jeugd heeft de toekomst, toch?
‘Er is dit weekend een recordaantal jeugdwedstrijden stilgelegd,’ vertelt Bastiaan Riemersma me.
We spreken elkaar terwijl ik onderweg ben naar een boekpresentatie van Het Veld Op. Bastiaan werkt op dat moment bij de KNVB.
‘Om hoeveel wedstrijden gaat het dan, Bas?’
Hij twijfelt even.
‘Dat weet ik niet precies. Maar wel dat het er nog nooit zo veel waren.’
Even zeggen we niks.
Er gebeurt iets op en rondom onze sportvelden.
Hoewel bijna niemand op zaterdagochtend naar de club rijdt met het plan zichzelf te verliezen. Toch gebeurt het.
Na afloop stapt niemand tevreden in de auto met de gedachte: Goed gedaan vandaag. Lekker geschreeuwd weer. Mooi die verwijten naar de linksback van elf. Sterk ook, die discussie met de vijftienjarige scheidsrechter.
Geen trainer wil een kind publiekelijk afvallen. Geen ouder neemt zich voor ruzie te maken over een ingooi die niemand zich een dag later herinnert.
Natuurlijk wil een trainer zijn spelers helpen. Ook die trainer die zijn geduld verloor. Natuurlijk willen ouders het beste voor een kind, maar er is een reden dat The Car Ride Home zo bekend en berucht werd.
We herkennen dit allemaal wel. Ook voormalig tophockeyer Jacques Brinkman zo vertelde hij me in De trainer maakt het verschil - De podcast. De oud-tophockeyer is tegenwoordig Hoofd Opleiding bij HC Den Bosch waar hij met trainers en ouders praat over de rol die zij vervullen in de jeugdsport. Maar ook hij vroeg zijn voetballende zoon, Tim, in die autorit naar huis weleens waarom hij de corner niet nam. Want hij heeft toch zo’n geweldige trap in zijn linker. Wie herkent dit niet?
Maar, wij, volwassenen, laten ons op en rondom het sportveld te weinig van onze beste kant zien. En dit gebeurt niet alleen waar onze jeugd sport.
Studenten van de PABO vertellen me hoe ouders naar school komen en daar voor hun kinderen “opkomen”. Ouders lijken vaak te kiezen voor de aanval op de docent in plaats van te dealen met de keuze of het inzicht van de docent. Wat leert een kind daarvan denk je? Van sommige verhalen gingen mijn oren wapperen.
Er gebeurt iets op onze velden, in de auto naar huis, op school, en ongetwijfeld aan de keukentafel.
De jeugd heeft de toekomst, zeggen we.
Maar wat leren zij ondertussen van ons, volwassenen?
Verantwoordelijk zonder alles te bepalen
Als jeugdtrainer bij PSV, Willem II en nu weer bij DBS weet ik hoe lastig begeleiden kan zijn.
Je speelt de wedstrijd niet zelf, maar je voelt de uitslag wel. Je kunt spelers voorbereiden, helpen en bijsturen, maar uiteindelijk voeren zij de acties uit. Niet jij.
Dit herken ik ook als vader, docent en leidinggevende. Als docent werk je niet mee aan het project van je student, als ouder ga je niet mee met je kind dat afspreekt met vrienden, en als leidinggevende voer je het werk van je medewerkers niet uit. Degene die je begeleidt maken hun eigen keuzes.
Dat kan uitdagend zijn en je zelfs raken. Want wat als het kind dat je begeleidt een fout maakt? Of iets anders doet dan afgesproken? We zijn geneigd het op onszelf te betrekken. Wat zegt dat gedrag of die prestatie eigenlijk over mij? Heb ik het dan verkeerd aangepakt? Wat zeggen de prestaties van de ander over mij als trainer, ouder, docent of leidinggevende?
Op momenten kan het gedrag van de ander voelen als een oordeel over jou. Over je invloed, je kwaliteit, of wie je eigenlijk bent. En dan zijn overnemen of controleren ineens wel heel verleidelijk. Niet omdat je de ander niet wilt helpen, maar omdat jij ook gewoon mens bent.
Als begeleider draag je de verantwoordelijkheid voor het gedrag en de prestaties van degenen die je begeleidt. Maar je controleert niet wat een ander doet of hoe goed die presteert. Dat is de spanning van begeleiden.
Als begeleider doe je er natuurlijk wel toe. Want ook al kun je niet voor 100% controleren wat een ander doet, het is ook niet zo dat het totaal buiten je macht is. Je hebt immers wel invloed. En de vraag is: Hoe vul jij die in wanneer het spannend wordt?
Daar gaat dit boek over.
Een veld is nooit zomaar een veld
Sport noemen we graag een leerschool voor het leven. En dat kan het zijn.
Op een sportveld ervaren kinderen in korte tijd bijna alles wat zij ook daarbuiten tegenkomen. Een kind ervaart hoe het is om doelen na te jagen, zoals het winnen van een wedstrijd. Hoe het is om daarin samen te werken met anderen, hoe het is om succes te hebben en te winnen, maar ook hoe het voelt om fouten te maken en wedstrijden te verliezen.
Sport is echt genoeg om iets te voelen, maar meestal veilig genoeg om ermee te oefenen. Een gemiste kans kan pijn doen. Verliezen kan je hele middag verpesten. Geselecteerd of kampioen worden, voelt magisch. Kinderen willen winnen, erbij horen en laten zien wat ze kunnen. En of ze nou succes hebben of niet, in principe verliest niemand een baan of het leven als het mis gaat. Meestal is er een volgende training. Een volgende wedstrijd. Een nieuwe kans. Sport kan kinderen helpen omgaan met gebeurtenissen in hun leven. Het kan mee vormgeven aan wie kinderen worden.
Dat is de waarde van sport voor mij.
Maar sport vormt onze jeugd niet automatisch op een positieve manier.
Een wedstrijd leert een kind niet vanzelf omgaan met winnen of verliezen. Deel uitmaken van een team leert het niet automatisch samenwerken. Een tegenslag maakt een speler niet zonder meer veerkrachtiger. Sport biedt kinderen ervaringen die het ook in het leven gaat tegenkomen.
Maar wat een kind leert van die ervaringen, hangt mede af van ons, volwassenen. Een kind leert met name door het gedrag van anderen. Imiteren is misschien wel de krachtigste vorm van leren. Monkey see monkey do.
Het kind dat in spannende situaties zijn trainer uit zijn slof ziet schieten, leert waarschijnlijk iets anders dan het kind bij wie de trainer op die momenten kalm blijft. Het kind van wie een ouder direct op de trainer afstapt om een keuze in twijfel te trekken, leert waarschijnlijk iets anders dan het kind van wie de ouder die keuze accepteert en kijkt naar wat het kind er zelf mee kan doen.
Met wat wij op zulke momenten doen, schrijven we mee aan de lessen die een kind eruit trekt. Niet zozeer met wat wij kinderen vertellen, maar vooral met wat zij ons zien doen wanneer het spannend wordt.
Sport hoeft niet zacht of vrijblijvend te worden, als je het mij vraagt. Dat is niet mijn boodschap. Laat kinderen willen winnen. Laat ze strijden. Laat ze balen als het niet lukt en genieten als het wel lukt. Haal teleurstelling, frustratie of spanning niet bij ze weg. Help ze juist omgaan met wat ze meemaken, positief en negatief.
Dan kan sport daadwerkelijk een leerschool voor het leven worden.
Een veld is daarom nooit zomaar een veld. Het is een plek waar kinderen leren voetballen, hockeyen of basketballen. Maar ondertussen oefenen ze ook met winnen, verliezen, samenwerken, fouten maken, verantwoordelijkheid nemen en opnieuw beginnen.
Wij, volwassenen, spelen daarin een belangrijke rol. En wat kinderen daar leren over zichzelf, anderen en omgaan met wat er gebeurt, nemen ze mee wanneer het spel allang voorbij is.
Daarom begint dit boek bij ons
Ik hoor volwassenen regelmatig zeggen dat kinderen van tegenwoordig mentaal minder sterk zijn. Of zelfs zwak. Ze zijn minder weerbaar, missen veerkracht, zijn sneller van slag en eerder geneigd om de handdoek in de ring te gooien wanneer iets tegenzit.
Misschien is dat ook zo. Misschien ook niet voor ieder kind en elke situatie. Maar stel dat het zo is.
Dan vind ik deze vraag minstens zo interessant: Hoe helpen wij kinderen eigenlijk om mentaal sterker te worden?
Gelukkig krijgt de mentale kant van presteren steeds meer aandacht. Sport- en prestatiepsychologen en mental coaches begeleiden steeds meer sporters bij spanning, tegenslag, verwachtingen, zelfvertrouwen en alles wat komt kijken bij presteren. Daar ben ik blij mee.
Tegelijkertijd zie ik een kans om eerder te beginnen.
Want mentale begeleiding begint vaak pas wanneer iemand adolescent of volwassen is. Wanneer de sport serieuzer wordt. Wanneer prestaties zwaarder gaan wegen. Wanneer iemand vastloopt of beter wil leren presteren onder druk.
Maar daar zijn al tien, vijftien, soms bijna twintig jaar aan ervaringen aan voorafgegaan. Jaren waarin kinderen hebben gezien hoe wij reageren wanneer het spannend wordt. Hoe we omgaan met fouten. Met verliezen. Met frustratie. Met succes. Met een scheidsrechter die anders beslist dan wij zouden willen.
Daar vindt ook mentale vorming plaats. Elke dag opnieuw.
De oplossing is wat mij betreft dan ook niet dat we kinderen op steeds jongere leeftijd naar een mental coach sturen. Trainers. Ouders. Docenten. Coaches. We zijn er al. We staan elke week naast kinderen. Soms iedere dag. En juist in al die gewone momenten kunnen we iets voorleven.
Een fout verdragen zonder uit onze slof te schieten. Teleurstelling niet meteen wegnemen. Een grens stellen en daarna weer verdergaan. Toegeven wanneer we zelf iets verkeerd hebben gedaan. Laten zien dat spanning erbij hoort en dat je toch kunt handelen.
Daarom begint dit boek niet bij het kind dat mentaal sterker moet worden.
Het begint bij ons.
De weg van dit boek
Dit boek volgt drie bewegingen.
Deel 1 gaat over begrijpen. Jezelf, anderen en wat gedrag beïnvloedt.
We beginnen bij de vraag wat uitblinken eigenlijk is. Daarna kijken we naar wat er in mensen gebeurt wanneer het spannend wordt. Waarom reageren we soms anders dan we van plan waren? Welke zaken zijn allemaal van invloed?
Begrip helpt om beter te zien wat er gebeurt. En daarmee ook waar je invloed ligt.
Deel 2 gaat over voorleven. Over jezelf leren sturen wanneer iets in jou een andere kant op trekt.
De aandacht verschuift naar jou. Wie ben je geworden? Wat gebeurt er met jou wanneer de spanning oploopt? Waar wil je op zulke momenten voor staan?
Je leert herkennen wat er in je gebeurt, je staat reguleren en je aandacht terugbrengen naar wat het moment van je vraagt.
Dat noem ik zelfmanagement: leren omgaan met wat er in je gebeurt en ruimte vinden tussen wat als eerste in je opkomt en wat je uiteindelijk doet. In die ruimte kun je opnieuw richting kiezen vanuit wat je wilt bereiken en wie je wilt zijn.
Dat doe je niet alleen voor jezelf. Kinderen horen wat je zegt, maar zien vooral wat je doet. Hoe jij je gedraagt op de momenten die ertoe doen beïnvloedt wat zij leren.
Deel 3 gaat over samen uitblinken. Over wat jouw gedrag bij anderen oproept en wat mensen binnen een groep voor elkaar mogelijk maken.
Mensen beïnvloeden elkaar voortdurend. Ze zoeken hun plek, lezen elkaars reacties en ontdekken welk gedrag waardering, status of invloed oplevert. Vertrouwen, veiligheid, hiërarchie, leiderschap en normen hebben mede invloed op wat mensen durven laten zien en welk gedrag onder druk beschikbaar blijft.
En kinderen hebben ruimte nodig om daarmee te oefenen.
Met fouten. Met verschil. Met verantwoordelijkheid. Met teleurstelling. Met samenwerken en conflicten. Niet doordat wij alles voor ze oplossen. En ook niet door ze zomaar aan hun lot over te laten. Wel door steeds opnieuw te kijken: wat vraagt nog iets van mij, wat kun jij zelf dragen en wat kunnen we samen dragen?
De beweging van het boek is daarmee simpel:
begrijpen → voorleven → samen uitblinken
Het doen is wat anders.
Je zult na het lezen van dit boek nog steeds spanning voelen. Dingen zeggen waar je later anders naar kijkt. Andere mensen zullen nog steeds hun eigen keuzes maken.
Maar je kunt wel beter leren zien wat er gebeurt, meer ruimte vinden tussen wat er in je opkomt en wat je ermee doet, en daarin steeds vaker handelen zoals je wilt.
En hoe beter je jezelf leert sturen, hoe bewuster je ook kunt omgaan met de invloed die je op anderen en een groep hebt.
Voor de reünie
Pedagoog Marcel van Herpen zegt tegen docenten: ‘Je doet het voor de reünie.’ Een televisiefragment met oud-voetballer Ian Wright laat prachtig zien wat hij daarmee bedoelt.
Meer dan dertig jaar nadat zijn basisschoolleraar Sid Pigden hem op school begeleidde, hoorde Wright tijdens een opname onverwachts diens stem.
Hij draaide zich om.
Zag zijn oude leraar.
En Wright brak.
Daar stond een volwassen man. Voormalig Engels international. Topschutter van Arsenal geweest. En tegenover hem stond de leraar die tientallen jaren eerder iets voor hem had betekend.
Pigden was een van de eerste positieve mannelijke voorbeelden in zijn leven. Hij geloofde in Wright op een moment waarop dat lang niet vanzelfsprekend was. Wright noemde hem een richtinggevend licht. Iemand die hem niet alleen hielp verder te komen, maar ook hielp worden wie hij werd.
Daar doen we het uiteindelijk voor. Niet alleen om vandaag iets te verbeteren aan wat iemand doet. Maar om, in de manier waarop wij aanwezig zijn, mee te helpen vormen wie iemand wordt. De jeugd heeft de toekomst.
Wij, volwassenen, hebben vandaag.
Voor iedereen die het verschil wil maken.
Praktische prestatiepsychologie voor sport, onderwijs en ontwikkeling.
Contact
mauro@detrainermaakthetverschil.nl
Waterfront 161 Eindhoven
© 2025 Mauro van de Looij – Alle rechten voorbehouden

